Reflexies: Het puberbrein in de digitale wereld

Het puberbrein in de digitale wereld

Het puberbrein stelt volwassenen voor grote raadsels. Het leidt tot op wanhoop gebaseerd onmacht, maar – en dat is het positieve – het gaat vanzelf over. Behalve dan voor docenten die jaar in, jaar uit worden voorzien van een nieuwe lading hormonaal ge-aberreerde leerlingen. Tel daar de zegeningen der techniek bij op in de vorm van iPod, Blackberry, sociale media, ping en de hypersonische dynamiek van de straattaal en elke poging tot een gedegen en doelmatige pedagogische benadering, lijkt een ultieme vorm van een zinloze krachtsinspanning.

Toch roept er nog wel eens iemand iets zinnigs en schijnen er strategie├źn te bestaan waarmee je als docent je voordeel kunt doen. Maar hoe verhoudt zich dat dan weer tot de digitale wereld die fungeert als natuurlijke habitat van de doelgroep? Vraagt dit om een fundamenteel andere aanpak of is de digitale wereld niets anders dan een getrouwe kopie van de oerversie, zij het dat de vrijplaatsen van voorheen (de bosjes, kelderboxen) zijn verwisseld voor beeldschermen en -schermpjes.

Maar de opmars van de virtuele wereld wordt vaak geassocieerd seksuele uitwassen, maar is zeker niet tot dat terrein beperkt. Ook op andere gebieden werken de nieuwe media drempelverlagend en misschien zijn daar de gevolgen nog wel verstrekkender. Denk bijvoorbeeld aan sociale terreur via e-pesten en de verslavende effecten van gamen en gokken via internet. Allemaal zaken waar de (i)puber als geen ander bevattelijk voor is.

Er wordt veel geklaagd over het feit dat ouders zich teveel opstellen als gelijke van hun kinderen, dat ze geen grenzen stellen en geen autoriteit meer zijn. Voor een groot deel zijn deze bezwaren terecht, maar er kleven niet alleen bezwaren aan deze rolverandering. Zoals gezegd kan het leiden tot een opener communicatie tussen ouder en kind, tussen een grotere vertrouwensband. Een vertrouwensband die maakt dat ouders veel beter weten wat er bij hun kinderen leeft. Dit kan voorkomen dat zaken uit de hand lopen zonder dat de ouders iets in de gaten hebben. Maar dan moet de betreffende ouder geen tandeloze gelijke zijn die geen gezag kan uitoefenen.

Een goede ouder is nu, meer dan ooit, een soort duivelskunstenaar die het juiste evenwicht weet te vinden tussen een intiem kameraadschap en gerespecteerde autoriteit. Zeker en vooral tijdens de dageraad van de virtuele epoche en met kinderen die onomkeerbare hormonale veranderingen ondergaan.

Leave a Reply